Duizelingwekkend transport
Steile hellingen. Haarspeldbochten. Agressief verkeer en een ijle lucht waarbij je longen uit alle macht moeten werken. Elke dag rijdt José Astete Torres met zijn Volvo FH naar bijna 5.000 meter hoogte om zink op te halen uit de groeven in het bergachtige binnenland van Peru. Welkom op een reis naar de grenzen van mens en machine.
H
et is ’s ochtends vroeg en zoals gewoonlijk is Lima in zeemist gehuld. Boven de Peruaanse miljoenenstad ligt een dik deken die alle kleuren doet vergrijzen.
Bijna alle kleuren.
Een plaatje met een adelaar naast de koplamp van een goudgele Volvo FH licht op in alle kleuren van de regenboog, alsof dat de stralen van de zon oproept. Wanneer José Astete Torres de routinematige veiligheidscontrole van zijn vrachtwagen uitvoert, is de adelaar het eerste wat zijn aandacht trekt voordat hij in de cabine klimt voor een nieuwe werkdag.
“Dat is mijn geluksteken”, zegt hij glimlachend. Hij legt uit:
“De adelaar staat symbool voor kracht en precisie. Hij kan van grote hoogte naar beneden duiken op een vluchtend dier op de grond en weer opstijgen met een zware prooi in zijn klauwen. Dezelfde eigenschappen verwacht ik van mijn vrachtwagen, daarom is de adelaar belangrijk voor mij.”
Over enkele uren begrijp ik het. Maar nu trekt het dierensymbool geen bijzondere aandacht. We staan in een omheinde garage in de industriehaven van Lima. De laadvloer is leeg en de tank vol. Het is een stille ochtend, hoewel het aanzwellende geluid van de metropool buiten de muren aangeeft dat het snel anders zal zijn.
José Astete Torres is vrachtwagenchauffeur voor Simsa, een bedrijf dat al bijna 65 jaar een van Peru’s toonaangevende producenten is van zink en lood. De productie van 65 duizend ton per jaar wordt verscheept naar mineraalverwerkende industrieën over de hele wereld.
De garage is het startpunt van José. Om de dag vertrekt hij vanaf hier om zinkconcentraat, een soort veredelde zinkerts, op te halen bij de groeve van het bedrijf in San Ignacio, ruim 300 kilometer het binnenland in. Of liever gezegd: het binnenland op. Om bij de groeve te komen moet hij namelijk naar bijna 5.000 meter hoogte rijden. Hij passeert de Andes en drie klimaatzones en moet sturen door, zachtjes uitgedrukt, chaotisch verkeer voordat hij met een volle lading terugkeert.
En dat alles binnen slechts enkele uren.
Het begint al bij het verlaten van de garage. José sluipt door de nauwe doorgangen in het havengebied. Ondanks dat moet hij vaak remmen voor scheuren in de weg of om afstand te creëren tot een medeweggebruiker die zijn plaats wil innemen in de hectische ochtendspits.
“Het verkeer is het lastigste in mijn baan”, vooral de bussen, zegt hij wijzend op een witte minibus die plankgas invoegt terwijl de mensen uit de deuren hangen, slechts enkele meters voor de neus van de machtige Volvo.
“Veel chauffeurs hebben geen rijbewijs, ze hebben altijd haast en wanneer ze afslaan, nemen ze niet de moeite richting aan te geven. We proberen de rit te plannen na de busdiensten. Dat is duidelijk veel veiliger dan wanneer je ze tegenkomt terwijl ze op klanten azen!”
Na ruim een uur passeren we de stadsgrens van Lima. Terwijl de stad achter ons verdwijnt, klaart de lucht op. De zon komt tevoorschijn. De voortdurende stijging van de weg duidt onmiskenbaar aan waar we heen gaan: over de mystieke berghellingen van de Andes.
In de kleurrijke gewaden van de bevolking, de prachtige slingerende terrascultuur en een of andere tongbrekende plaatsnaam bespeur ik het erfgoed van de eeuwenoude Peruaanse Incacultuur. Hier, in het hart van Zuid-Amerika, creëerden de Inca-indianen een geavanceerde beschaving ver voordat de Spanjaarden en Portugezen vanuit het verre Europa kwamen.
Als we halverwege de berg zijn gekomen, op ongeveer 3.000 meter hoogte, proef je dat de lucht plotseling merkbaar dun wordt. Elke beweging kost inspanning, elke hartslag herinnert je aan de verruwende elementen buiten onze ramen.
Een versleten, oude Volvo N7 voor ons op de weg laat zien hoe het er kan aan toegaan. Die strijd om met volledige lading en brullende motor langzaam de berg op te klauteren, weerspiegelt op een merkwaardige wijze het groeiende onbehagen, diep in mijn eigen longen.
Wanneer José onverstoorbaar voorbijglijdt met zijn splinternieuwe Volvo FH, laat hij weer een brede glimlach zien.
“Zo reed ik vroeger ook. Ik begon in 1975 op precies zo’n model. Sindsdien heb ik bijna alles gereden. Jarenlang moest ik strijden om elke meter omhoog, soms kroop ik bijna voort over de weg. Nu, gaat het echter vlotjes, zowel omhoog als naar beneden. Om over het comfort nog maar niet te spreken”, zegt hij terwijl hij op zijn vingers telt:
“De vering, de servobesturing, de chauffeurszetel, het bed: het rijden met een nieuwe Volvo in deze omgeving is puur genot.”
Maar het nieuwe comfort weegt nauwelijks op tegen de werkelijke veranderingen in zijn werkdag. José’s vrachtwagen is uitgerust met VEB, de krachtige motorrem van Volvo, die zijn reistijd met een kwart heeft teruggebracht. Hiermee kan hij namelijk niet alleen sneller maar ook nauwkeuriger de steile hellingen van de Andes afdalen.
Een halsbrekende rit van 12, 13 uur is nu gereduceerd tot tien rustige, comfortabele uren, een feit dat hij met wat ernst in zijn stem benadrukt.
“Ik spaar tijd uit die ik gebruik voor extra rust en nauwkeuriger veiligheidscontroles. Daardoor kan ik aanzienlijk veiliger rijden. Bovendien ben ik minder vatbaar voor dieven en rovers onderweg. Vooral ’s avonds is het risico op overvallen groot en zorgt het voor een voortdurende spanning. Nu bereik ik onze slaapplaatsen altijd ruim voordat het duister invalt.”
Simsa werkt al vanaf het midden van de jaren ’90 samen met Volvo Peru. Een geslaagde test met Volvo FM-vrachtwagens in de groeven zorgde dat voor het vervoer over de weg ook voor Volvo werd gekozen. Nu bezit het bedrijf in totaal 31 vrachtwagens, waarvan 23 met het Volvo-embleem. Bovendien worden binnenkort nog zeven nieuwe vrachtwagens geleverd, waaruit blijkt dat er wereldwijd veel vraag is naar mijnbouwproducten.
“De sterke wereldeconomie is de motor van onze branche. Maar zo is het niet altijd geweest”, benadrukt Jorge Best, CFO voor Simsa, en hij vervolgt:
’Toen we overstapten op Volvo, bevonden zowel de prijzen als de vraag naar onze producten zich op een dieptepunt. Toen lag de gemiddelde levensduur van onze vrachtwagens in de groeve op slechts drie jaar. Met Volvo steeg dit naar vijf jaar en dat heeft ons door de laagconjunctuur heen geholpen.”
En Simsa is niet de enige die er zo over denkt. Wellicht meer nog dan elders wordt de Volvo in Peru als het oertype gezien van de sterke, volhardende vrachtwagen. Het marktaandeel van het bedrijf van ruim 30 procent spreekt duidelijke taal, maar “Volvo” wordt in het dagelijkse taalgebruik ook gebruikt als synoniem voor “vrachtwagen”, net als “thermos”, “gore-tex” en “nescafé” overal ter wereld verzamelbegrippen zijn geworden voor het bijbehorende productsegment.
Het klinkt bekend in de oren. Decennia lang was Volvo de enige vrachtwagenproducent met een eigen fabriek in Peru. De wagens die hier werden gemonteerd, hielden het langer uit en waren beter uitgerust dan die van de concurrenten en dat hebben de Peruanen onthouden. Nu is alle productie naar Brazilië verplaatst, maar de reputatie leeft nog steeds voort.
José Astete Torres zegt het op zijn eigen manier:
“Weet je: Volvo is Volvo!”
We hebben de top bereikt. Een harde, ijzige wind bevestigt dat we het vochtige kustklimaat van Lima ver achter ons hebben gelaten. Een groot verkeersbord levert het bewijs: 4.818 meter boven de zeespiegel en dat in slechts vier uur rijden!
Hiervandaan gaat José verder naar het oosten, naar het oerwoud aan de andere kant van de bergrug waar de zinkgroeve van Simsa ligt. Daar wachten 30 graden warmte, zandwegen en muggen...
Hij lacht naar mij als hij mij achterlaat, met een bleek gezicht en longen die op volle toeren draaien.
“Soroche!”, zegt hij, “Tegen hoogteziekte helpt maar één ding: thee zetten en veel rusten!”
Als hij het gaspedaal indrukt, vang ik nog een glimp op van de adelaar op de voorkant.
Eventjes lijkt het alsof die naar mij wuift. ■
Info Simsa
■ Mijnbouwbedrijf met hoofdkantoor in Lima, Peru, dat is gespecialiseerd in het winnen van zink en lood.
■ De hoofdproductie vindt al 35 jaar plaats in de groeve San Vicente, 300 kilometer ten oosten van Lima.
■ Produceert elk jaar 62 duizend ton zink en 3 duizend ton lood. Het merendeel wordt geëxporteerd.
■ Een wagenpark van 31 trucks: 20 vrachtwagens voor wegtransport en 11 dumpers voor transport in de groeve. Onder de vrachtwagens zijn 12 Volvo FH’s. Alle wagens in de groeve zijn Volvo FM’s.
■ Alle vrachtwagens zijn voorzien van servicecontract.